VERHALEN

Zalmvisserij

Het dorpje Lekkerkerk stond eeuwenlang bekend om zijn zalmvisserij. In 1568 legde een aantal zalmvissers een verklaring af dat de vissers, als er geen zalm was, op karper of bliek visten. Was er wel zalm dan namen zij na elke vangst gezamenlijk een meetzalm mee. Dit gebeurde buiten de afslag om zonder het vroon (rechten) te betalen. In het kohier van de tiende penning van 1562 kon worden nagegaan dat de zalmvissers ook boer waren. Deze combinatie treffen we ook aan bij Gerrit Bastiaansz. De Hals (De Groote Boer). In 1647 wordt melding gemaakt van het drogen van netten aan palen welke op de gors (aangeslibd buitendijks land) stonden, in het westen van de dorpskom. Andere bronnen spreken over het drogen van de netten op de kopstoven die ten oosten van de dorpskern langs de dijk stonden.
 
Bekend is dat scheepsbouwer Van Duijvendijk in 1777 veertig zalmschouwen verhuurde. De Nederlandse Stad- en Dorpsbeschrijver van 1797 heeft voor iedere stad en dorps iets prettigs te zeggen. De rijm voor Lekkerkerk luidt:
 
De tong die lekkre spijs bemint
Des gaarne Zaalm ter tafel vindt,
Zal wis dees schets der waarheid roemen
En Lekkerkerk de bron van zijn genoegen    
noemen.
 
Vissersboot met zalm begin 1900
 
De zalm was een geliefd product. In het notarieel archief is een stuk aanwezig van Mr. Feltrum de Vries, Raadsheer van de Hoge Raad van Holland en Mr. Johan Meijndert, advocaat van het Hof van Justitie in Holland, beiden scholasters in den Capittele vanden Dom en Oud-Munster binnen Utrecht. Op 22 augustus 1707. Zij schrijven aan Schout en Heemraden van Lekkerkerk dat zij over de periode van 1689 tot 1707 de betaling van tienden (belasting) kwijt. Over die periode had Schout Adryaen Schiltman vergeten af te rekenen en ook nadien was er niet betaald. Als compensatie werd bepaald dat Schout en Heemraden gedurende de huurperiode van het visrecht elk jaar in februari één van de beste en zwaarste gerookte winterzalmen aan elk van de heren moesten zenden en de zalmen die zij nog schuldig waren in januari 1708, 1709 en 1710 geleverd worden. Verder hebben de heren gedurende de huurtijd het recht elk jaar een verse zalm van de zegenworp voor Lekkerkerk te halen.
 
De Lek was een echte zalmenrivier met grote vangsten. Bekend is het verhaal dat dienstboden bij het aannemen van een betrekking afdwongen dat zij niet meer dan twee keer per week zalm moesten eten. Dit verhaal is overigens in alle dorpen langs de Lek en Rijn waar op zalm werd gevist bekend.
Winterzalm werd gevangen van november tot mei, en na mei kwam van in juli en augustus de zomerzalm. De winterzalm woog 20 tot 30 pond. De zomerzalm, St. Jacobszalm, was lichter en woog 3 tot 8 pond. Het neusje van de zalm heette het fijnste te zijn, maar anderen gaven de voorkeur aan de middenmoot.
 
De vangst vond plaats door middel van netten. Bij de zegens strekte het net van oever tot oever van de bodem tot aan de oppervlakte. Bij de drijfvisserij dreef het 2 ½ meter hoge net met de stroom mee, waarbij de onderkant tot de bodem van de rivier reikte en de bovenkant onder het wateroppervlak bleef. Om de netten staande te houden was aan de bovenkant hout of kurk bevestigd en aan de onderkant steen of lood.


 
De derde vorm van visserij vond plaats door middel van staketsels, van de rivierkant naar de diepste plek uitgebouwd. Daartussen werden fuiken of netten geplaatst. Om de scheepvaart niet te belemmeren was deze methode aan voorschriften gebonden. Het houtwerk moest dun en buigzaam zijn.
 
 
De zegenvisserij was de belangrijkste daar deze de zalm geen kans gaf om te ontsnappen en dus garant stond voor grote opbrengsten. Wel heeft de drijfvisserij het langst standgehouden. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat deze methode minder kapitaalintensief was.
 
De rivier voor Lekkerkerk was vanaf de Hoekse Sluis tot aan de Breekade verdeeld in wegenworpen: de Hoos, de Knibbelaar, de Kerkeworp, de Kijkuit en Barreveld. Voor Lekkerkerk was de zegenworp Kijkuit een belangrijke zegenworp. De visserij werd uitgeoefend met drie schepen, de Barendee, de Loije en de Franse. Als een schip door een nieuwe werd vervangen dan bleef de oude naam gehandhaafd. Naast de zalm werd er ook op elft en steur gevist. Of er ook andere vis werd aangevoerd is niet bekend. In het archief van de N.V. Nassau la Lecq bevindt zich een exemplaar van het maandschrift Op de Hoogte van september 1912 met daarin een artikel van H. Zanen Wzn uit Ammerstol waarin hij de zalm beschrijft en de vangstmethode. Daarin wordt de zegenvisserij “De Snackert” uit Ammerstol behandeld. Het inhalen van de zegen zal in Lekkerkerk niet anders zijn geweest.
 
Als de zegen was geschoten (te water gelaten) en na verloop van tijd werd opgehaald, gebruikte men een grote spil die door twee paarden werd rondgedraaid. Dit gebeurde in Lekkerkerk waarschijnlijk voor of in de directe omgeving van de Herberg De Prins, later De Groote Boer genoemd. Volgens de overlevering deed zalmvisser Gerrit Bastiaansz de Hals dit in zijn eentje. Hij was niet voor niets heel lang, 2,59m en heel sterk. Voor het inhalen van het zware net was een stoep nodig die nog enkele meters in het water doorliep. Dit kan men vergelijken met een veerstoep.
 
Volgens Zanen werd het beroep van de man bij de paarden die de spil in beweging brachten “herder” genoemd. Herder werd later ook wel als familienaam gebruikt. In Ammerstol was het de gewoonte dat bij rijke vangsten aan God hiervoor dank werd gebracht. Dit gebruik zal ook in Lekkerkerk wel gegolden hebben, en ook elders langs de Rijn en De Lek wordt dit genoemd.

Zalmspil met paard en herder          
 
Na de eerste 25 zalmen schaarden de vissers zich om de haal (waar de zegen uit het water werd gehaald), gingen muts of zuidwester af en klonk hun danklied op de wijs van Psalm 65:
 
Wij moeten Uwen Lof uitgalmen
En loven U o Heer,
Voor deze vijf-en-twintig zalmen,
En ’t aangename weer.
O leer ons dankbaar voor U leven,
Bestuur in gunst ons lot
Laat dat geloof ons nooit begeven
Dat Gij zijt Liefde, o God.
 
Ook bij de 50ste, 75ste, 100ste, en 125ste zalm werd een couplet gezongen. Het laatste luidde:
 
Een honderd vijf en twintig vissen
Die allen zalmen zijn,
Gevangen zonder hindernissen,
Maakt onzen loon niet klein.
Veel geld is thans door ons gewonnen,
Dat maakt de arbeid zoet,
O, dat wij steeds geloven konnen
Dat Gij, o God, zijt goed.
 
Het zal mooi zijn als men ooit nog de overige teksten kan achterhalen. De teksten die gezongen werden zullen heel oud zijn en misschien terug te voeren tot de tijd dat in de Lekkerkerkse kerk de altaren voor St. Pieter en St. Jacob stonden.
 
De grootste bron van informatie over de zalmvisserij is te vinden in het Algemeen Rijksarchief opgenomen oud archief van de N.V. Nassau la Lecq tot exploitatie van onroerende goederen. Hierin zijn opgenomen het archief van de Heerlijkheden de Lek en Stormpolder, de visserijen en platen in de Lek, Nieuwe Maas en Noord tussen Ammerstol, Bolnes en Papendrecht en het archief van de familie van Nassau la Lecq.
 
 
Uit de archieven blijkt dat er voortdurend twisten waren over gedeelten van de rivieren tussen de Heren van de Lek en hun afstammelingen, met andere gedeelten die in erfpacht werden gehouden van de Den Dom en Oud-Munster. Het is zeker geen rustig en vreedzaam bezit geweest.
 
Behalve zalmvissers waren er ook handelaren die de aangevoerd vis opkochten. Enkele bekende namen zijn Van Soest, Klerk, Van der Wal en Banen. De zalmafslag vond plaats op de stenen muur schuin tegenover de Herberg De Groote Boer.

 
Omstreeks 1750 werd de zalmafslag verplaatst naar Krimpen a/d Lek. Later werd de Krimpense zalmafslag verplaatst naar Kralingse Veer. Het Zalmhuis daar herinnert nog aan de periode dat rond Kralingse Veer heel veel zalmen werden gevangen en daar dus ook werden verhandeld.
 
Foto uit 1930 van het Zalmhuis in Kralingse Veer
 
Toen in 1575 de kerk in Lekkerkerk door de Spanjaarden is verwoest schonken Gouda en Amsterdam ieder begin 1600 een gebrandschilderd raam voor de nieuwe kerk. Hoewel de afbeeldingen in de ramen niet bekend zijn, ligt het een beetje voor de hand dat daarin ook aandacht is besteed aan de zalmvisserij. In de archieven wordt ook melding gedaan van verkoop van zalmen aan Alkmaar.
 

Gevelsteen in de zijmuur van Hotel De Zalm in Gouda
 
Gevelsteen in de Warmoesstraat in Amsterdam
 
Merkwaardig is ook dat in Gouda en Amsterdam een gevelsteen voorkomt met een zalm. In Gouda in de zijgevel van het Hotel De Zalm aan de kant van De Waag. In Amsterdam bevond de gevelsteen zich eerder in het pand Nes nummer 56. Later is de steen in 1913 verplaatst naar het gebouw van de Rotterdamse Bankvereniging in de Warmoesstraat.
 
Vanwege de roofbouw op de zalm en de achteruitgang van de waterkwaliteit werden er steeds minder zalmen gevangen. Voor de vissers rond 1850, zoals de families Bravenboer, Verwaal, Mudde, Pols, van Wijnen en Vlijmen en nog anderen, zal het geen vetpot meer geweest zijn. De meeste van hen waren in dienst op de zalmvisserijen de Hoop, de Snackert, de Merode, Prins Hendrik of de Volharding. Men heeft nog wel geprobeerd om het tij te keren. In 1853 was er onder de regering van Koning Willem 111 een commissie voor kunstmatige visteelt. In 1871 begon Professor Hubrecht met de teelt van jonge zalm. In 1875 werd in de uiterwaarden van het kasteel Bilioen bij Velp een kwekerij voor zalm ingericht, maar dat alles had weinig succes. Uit een regeringsrapport van 1908 bleek dat er toen nog 10 zalmvisserijen waren met 495 vissers, tegen 20 zalmvisserijen in 1885. In Lekkerkerk was er in 1911 nog 1 zalmvisser met, bij goede vangst, enkele helpers.
 
Met het verdwijnen van de zalm uit de rivier de Lek stierf in Lekkerkerk het vissersberoep uit. Een 25-tal springende bronzen zalmen op de stenen muur vestigt de aandacht op dit verleden. Een eeuwenoude, grote steen bracht de bal aan het rollen; een hardstenen deksloof uit de zestiende eeuw, bijna vijfhonderd jaar oud. Lekkerkerk had toen zeshonderd inwoners. Als de Lekkerkerkse zalmvissers terugkwamen met hun vangst, legden ze die op deze deksloof. De zware steen lag op een voorloper van de huidige stenen muur die het Lekdorpje tegen de rivier beschermt. Er zijn er twee achterhaald. Toen de zalmvisserij verdween, belandde de deksloof via omwegen op de joodse begraafplaats in het dorp. Dankzij de inspanningen van de historische vereniging ligt de steen nu weer ongeveer op zijn oorspronkelijke plaats, zij het vóór de muur in plaats van erop. Bij de inspanningen om de zalmhistorie terug te brengen, wilde de het bestuur van de voormalige gemeente Nederlek niet achterblijven.
 

Kunstwerk op de muur met 25 zalmvissen
 
In samenspraak met de kunstcommissie en de Historische vereniging Lekkerkerk door de tijd viel de keuze op een kunstwerk van de Haastrechtse kunstenaar Dick Aerts. De gemeente Nederlek betaalde er 25.000 euro voor. Het siert nu de oprit naast het voetveer. De zalm is herinnering geworden. Alleen in de Grote of Johanneskerk aan het Kerkplein, (afbeelding van een zalm op de lezenaar en de bronzen kaarsenkroon), het schilderij van De Groote Boer in de hal van het gemeentehuis en het oude uithangbord van de voormalige Herberg De Groote boer in de oudheidkamer ’t Kruisgebouw van de Historische vereniging herinnert nog aan deze eens zo bloeiende bedrijfstak in Lekkerkerk.
 
Aan de Voorstraat 17 staat de rond 1870 gebouwde
directeurswoning van zalmhandelaar Kersbergen
 

Afbeelding van een zalm in de lezenaar van de
Grote of Johanneskerk aan het Kerkplein
 
Bronzen kaarsenkroon in de Grote of Johanneskerk
geschonken door zalmhandelaar en zalmroker
Fop Raphels van der Knol. De kaarsenkroon is
waarschijnlijk geschonken ter gelegenheid van
zijn 25-jarig huwelijk. De kaarsenkroon is in 1953
uit de kerk verwijderd, maar na een grondige
opknapbeurt in 1966 weer opgehangen in de kerk.
 
Een replica van een voormalige Lekkerkerkse zalmschouw
gebouwd door enkele leden van de Historische vereniging
Lekkerkerk door de tijd. Helaas is deze zalmschouw door slecht
onderhoud verloren gegaan. De gemeente krimpenerwaard
heeft deze schouw vervangen door een stalen replica.
 
Bronnen
Uit Lekkerkerks verleden; A.M.M. van der Wouden
Out Leckelant of Leckerkercke; J. van der Wouden
Voormalige gemeente Nederlek; Fotoarchief
Wikipedia
Archief Historische vereniging Lekkkerkerk door de tijd
 
Meer weten
In ’t Kruisgebouw, de oudheidkamer van de Historische vereniging Lekkerkerk door de tijd, aan de Poolmanweg zijn veel spullen en foto’s over Lekkerkerk aanwezig, zoals o.a. een vitrine met gebruiksvoorwerpen van het voormalige Groene Kruis, de Lekboot en De Groote Boer, maar ook over de zalmvisserij.