VERHALEN
Timmerman/-bedrijf Slijk
Tot 2003 was hier aan de Lange Stoep een woonhuis met timmermanswerkplaats gevestigd. Op onderstaande tekening van Spilman uit 1733 is te zien dat er toen al een timmermanswerkplaats was, wat bijvoorbeeld te zien is aan de schragen. Hoewel het woonhuis in 1885 is herbouwd vindt men nu in het fraai gerestaureerd pand nog steeds de kenmerken uit de pentekening van 1733 terug.
De redactiecommissie van de Historische vereniging Lekkerkerk door de tijd heeft in 2014 een boekje uitgegeven over Slijk Schuwacht en de Burgemeesters. Het artikel over Slijk heeft betrekking over een aantal generaties Slijk die daar gewoond hebben en het beroep van timmerman hebben uitgeoefend. Aan de hand van archiefonderzoek wordt beschreven dat Pieter Claase van Roon in de vroege jaren van de achttiende eeuw hier al woonde en werkte als timmerman. En omdat jongens meestal in de voetsporen van hun vader treden mogelijk al sinds het einde van de zeventiende eeuw. Eén van de nazaten van Pieter Claase van Roon, verkoopt het huis met erf, tuin en schuur aan Gerrit Slijk voor 800 gulden.
Pieter van Roon jr. maakt in 1857 een testament waarin hij zijn neef Gerrit Slijk benoemd tot zijn algeheel erfgenaam. In 1860, Pieter is dan meester-timmerman in ruste, verkoopt hij de timmerschuur aan Gerrit Slijk voor 200 gulden.
In een akte van 31 mei 1900 wordt beschreven dat Dirk Slijk het bedrijf van zijn vader Gerrit kocht voor drieduizend gulden. Voor dit bedrag kreeg hij het woon- en winkelhuis met timmermanswinkel en verdere aanhorigheden en erf aan de Lange Stoep oostzijde.
In het bedrijf was ook een winkeltje gevestigd in kruidenierswaren die Gerrit zijn vrouw Metje dreef. Verder is er eigenlijk niets over dat winkeltje bekend.

In 1920 had Dirk de Vennootschap fa. D. Slijk & Zonen opgericht In 1921 trad de Handelsregisterwet en de Wet op de Kamers van Koophandel in werking. Die wet schreef voor dat ondernemingen moesten worden geregistreerd in het Handelsregister dat door de Kamer van Koophandel werd beheerd. Hij was inmiddels 64 jaar oud en vond het tijd om de zaak over te dragen aan zijn zoons.
Op 3 juli 1922 kochten zijn zoons Gerrit en Kees het hele bedrijf met huis en schuren van hun vader voor een bedrag van vierduizend gulden.

Oprichtingsacte fa. D. Slijk & Zn
In 1926 kocht Gerrit de helft van Kees en werd Kees werknemer. Zodra zij er oud genoeg voor waren werkten de zoons van Gerrit, Marinus en Dirk, ook mee. Verder waren er verschillende andere knechts in dienst. 
De rol van Marinus werd steeds belangrijker. Toen Gerrit na een kort ziekbed in 1967 overleed werd Marinus eigenaar van het bedrijf. Marinus trouwde met zijn buurmeisje. Uit het huwelijk werden geen kinderen geboren. Eén van zijn werknemers, Jan Bernier Ottingh, en diens broer Ton, namen in 1987 het bedrijf van hem over maar wel onder de naam van Fa. D. Slijk & ZN.

Foto Lange Stoep uit de dertiger jaren van de vorige eeuw.
Activiteiten
Iedereen weet ongeveer wel wat de werkzaamheden van een timmerman zijn, maar aan de hand van een oud klantenboek uit 1918 krijgt men een goede indruk van het dagelijkse timmerwerk.
Op klantennummers 1, 2 en 3 stonden het Rijk, de Gemeente en de Centrale Keuken. Daarna volgen er tachtig particuliere klanten en verder de Diaconie van de Nederlands Hervormde Gemeente, de Pastorie en de Commissie Distributie.
Voor de Commissie Distributie werd één keer per vier weken een Kleed gelegen en schoongemaakt voor 65 cent per keer. In oktober is er fentelatie (ventilatie) gemaakt voor de aardappelen (70 cent). Verdere werkzaamheden: Locet veranderd (68 cent) en nieuw raampje 68×30 cm klaarmaken en zetten (inclusief materiaal fl. 3,60). Voor de zeven uur arbeid werd fl. 2,20 in rekening gebracht. Tenslotte werd voor de commissie een touw gespannen en zakken opgehangen voor fl. 1,95. De Commissie Distributie deelde in de Eerste Wereldoorlog aardappelen en ander voedsel uit aan een deel van de bevolking die dat nodig hadden.
Voor particulieren werden allerlei kleine reparaties uitgevoerd, zoals aan: stoelleuningen, ledikanten, horretjes, kasten, kinderstoeltjes, koffers, kleerrekken, het deksel van een wasmasjien, wc-zitting, ijzeren schuifje op een koffiemolen zetten, een botervlootje in elkaar spijkeren (1 uur werk, kosten 45 cent). Verder worden er veel koorden in ramen gemaakt, kelderramen pasgemaakt, jalosien afgehaalt en raamen gewassen.
Bij de kerk wordt prikkeldraad voor de ramen gespannen (om vandalisme te voorkomen?). De timmerman maakte ook sleetjes of vernieuwde een leuning op de slee. Ook werd er een nieuw fries schaatsenhoutje gemaakt voor 85 cent. Voor 25 cent werden er ook schaatsen geslepen. Voor 40 cent liet iemand een spanzaag vijlen of een handzaag voor 30 cent. Anderen lieten een klok ophangen, de teems repareren (een zeef om de melk te zeven) en een karnschijf vastzetten. Ook werd een bord voor mond- en klauwzeer afgeschaafd.
Burgemeester Jonkheer De Geer liet voor 40 cent een zeepbakhangertje maken.
Ook werden er aan allerlei gereedschappen stelen gemaakt en eraan vastgezet. Zo’n steel werd waarschijnlijk gemaakt van duurzaam hout want hij kostte fl. 1,50. Een nieuwe steel in een bijl maken deed men voor 45 cent.
De timmerman fungeerde ook als een verhuisbedrijf. In het klantenboek leest men over het verplaatsen van een kabinet, een ledikant en een piano naar de Lekboot. Het verhuizen gebeurde met een kruiwagen. Ook kon men bij de timmerman terecht voor het vegen van de schoorsteen (90 cent en om de goot open te maken (20 cent). Uit dit overzicht kan men opmaken dat men zuinig was op zijn spullen en de wegwerpmaatschappij moest nog uitgevonden worden.
In slappe tijden werd allerlei huisraad op voorraad gemaakt, zoals strijkplanken, mouwplankjes, droogrekken, waskuipen, stampers, houten bakken, beukenhouten snijplanken en een soort komkommerschaaf. Veel van deze spullen werden in de grijsblauwe grondwerf gezet door buurman/schilder Toon van der Velden die op de Korte Achterweg woonde. Later werden de spullen dan afgelakt in de kleur naar wens van de klant. Verder maakten de Slijken voor de gemeente verkiezingsborden, de stemhokjes en werden de stemlokalen ingericht en schoongemaakt. Ook verzorgden zij het ophangen van de vlaggen op het gemeentehuis en de openbare scholen. Omdat steeds meer woningen werden aangesloten op elektriciteit werden er ook veel schakelborden gemaakt en aangebracht.
Naast al die kleine klusjes waren er ook grotere werkzaamheden. In 1913 bouwden zij de slagerij van C. Klerk aan de Lange Achterweg (nu Burgemeester van der Willigenstraat). In 1920 wordt er bij H. Roest (in de klantenadministratie worden er geen adressen vermeld) een stuk aan het huis gebouwd. De kosten van het heien bedraagt fl. 257,- en het geheel komt op een bedrag van fl. 3790,73. Ze waren hier maanden aan bezig. Helaas zijn de klantenboeken uit de latere jaren twintig, dertig en veertig, de crisistijd en de oorlogstijd verdwenen. Wel zijn er kasboeken uit die periode bewaard gebleven. Hieruit blijkt dat er in de oorlogsjaren voor zover dit mogelijk was wel is doorgewerkt, maar welke werkzaamheden zijn verricht en voor wie is onbekend.
Marinus Slijk verdwijnt in 1943 uit de boeken. Hoewel hij in 1943 een vrijstelling voor de Arbeitseinsatz kreeg van de gemeente Lekkerkerk, omdat hij lid is van de vrijwillige brandweer en van de gemeentelijke luchtbeschermingsdiensbrandweer en als straalvoerder motospuit is ingedeeld bij de 1e sectie en als zodanig een sleutelpositie inneemt en onmisbaar is, moest hij toch in 1943 voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland. De treinkaartjes waarmee hij op 29 juli van Gouda naar Oldenzaal en daarna verder naar Bentheim kon reizen, heeft hij altijd bewaard. Uiteindelijk kwam hij in Hannover bij een timmerbedrijf terecht. De werkzaamheden daar waren hem vertrouwd. Daarover had hij niet te klagen en dat deed hij ook niet over zijn baas Wilhelm Riecke. Op 7 juli 1945 wordt Marinus weer genoemd in het kasboek. Hij verdient dan fl. 17 per week, twee gulden meer dan voor zijn vertrek naar Duitsland.
Na de oorlog kwam het kleine werk op de achtergrond. Er moesten huizen gebouwd worden en de firma Slijk heeft daar volop aan meegedaan. In het dorp, maar ook daarbuiten, zijn diverse woningen, bungalows en bedrijfspanden gebouwd. Ook voor de Gemeentelijke en Rijksoverheid.
Opvallend was dat de deur van de timmerwerkplaats altijd open stond, ook als er niemand aanwezig was. Als iemand hout, spijkers of schroeven nodig had pakte hij dat zelf, schreef het op een briefje of een stukje hout met zijn naam en adres erop en lag dat op de werkbank.
Je ging het op een avond bij Marinus betalen, of je kreeg later de rekening thuisbezorgd. De Slijken waren aimabele mensen en goed van vertrouwen. Er zal ongetwijfeld wel eens misbruik van gemaakt zijn, maar over het algemeen ging het wel goed.
Toen de Slijken nog geen auto hadden werd er gebruik gemaakt van een fietskarretje om de grote materialen en gereedschappen te vervoeren. 
Als het karretje niet gebruikt werd stond het altijd buiten voor de timmerwerkplaats. Het karretje was, als het niet gebruikt werd, altijd voor niets te leen. Velen hebben daar gebruik van gemaakt.

Het groene fietskarretje
Maatschappelijke betrokkenheid 
De familie Slijk was integer en gastvrij. Ze kwamen voor hun werk overal over de vloer maar men kwam ook allemaal bij de timmerman thuis. Dan zat men in de woonkamer onder het genot van koffie of een borreltje te praten over de dingen die gebeuren moesten en later om de rekening te betalen. Vanzelfsprekend werd er dan over van alles gesproken maar via de familie Slijk kwam niets naar buiten.
Gerrit Slijk was actief lid van de Liberale Staatspartij “De Vrijheidsbond” afdeling Lekkerkerk. Enige tijd is hij daar ook secretaris van geweest. De achterkant van propagandamateriaal en uitnodigingen voor vergaderingen gebruikte hij om schetsen en berekeningen te maken voor zijn bouwprojecten; het waren zuinige en eenvoudige mensen.
Gerrit was lid van de Nederlands Hervormde kerk (dat was toen een vrijzinnige gemeente) en hij was zondagschoolmeester. Elk jaar in december hielp hij mee met het opzetten en versieren van de grote kerstboom in de kerk en dat bleef hij doen toen hij allang geen zondagschoolmeester meer was.
Omdat Gerrit Slijk gezien werd als integer persoon moest hij op verzoek van de notarissen Meijer en Van Oosterom regelmatig vertrouwelijke documenten vernietigen. De papiervernietiger was nog niet uitgevonden, maar in de timmerwerkplaats stond een grote houtkachel. Gerrit stookte de kachel nog eens goed op en liet de documenten in het vuur verdwijnen.
Hij was ook jarenlang lid van de vrijwillige brandweer en werd zelfs ondercommandant. Bij zijn afscheid in 1950 kreeg hij een Delftsblauw herinneringsbord aangeboden. Dit is nog te zien in de huidige brandweerkazerne op het industrieterrein.

Bij zijn afscheid als commandant van de Vrijwillige Brandweer
op 3 juli 1982 wordt Marinus Slijk door de toenmalige waarnemend
Burgemeester Corrie Nobel-van Vuren Koninklijk onderscheiden. 
Daar staat ook een soortgelijk bord dat Marinus Slijk kreeg toen hij als commandant afscheid nam van diezelfde brandweer. Marinus Slijk was op de zondagochtend een trouwe kerkganger, maar hij was ook actief lid van LFC (tegenwoordig voetbalvereniging Lekkerkerk). Hij kon als voetballer, meestal in het derde elftal, goed meekomen. De Slijken waren ook muzikaal en actief betrokken bij de IJsvereniging Lekkerkerk.

Heiwerkzaamheden aan de Lange Achterweg in 1913. De broers Huig



en Dirk resp. 3e van links en 3e van rechts; Gerrit Slijk bij de heipaal en
Zijn broers Kees en Arie resp. 2e van links en 5e van rechts.
Marinus trouwde in 1961 met zijn buurmeisje. Uit het huwelijk werden geen kinderen geboren. In 1987 namen één van zijn werknemers, Jan Bernier Ottingh, en zijn broer Ton het bedrijf van hem over. Ton, die lid was van de Vrijwillige Brandweer, trok zich terug uit het bedrijf toen hij overstapte naar de beroepsbrandweer.

In 2003 verplaatste Jan Bernier Ottingh zijn bedrijf naar het industrieterrein en betrok de timmerwerkplaats bij zijn woning. In 2005 heeft hij zijn bedrijf beëindigd en kwam een einde aan het bijna vierhonderd jaar oude timmerbedrijf in Lekkerkerk. De familie Ottingh heeft het oude pand Lange Stoep 10 heel mooi gerestaureerd en het oorspronkelijke karakter zoveel mogelijk in stand gehouden. Het is nu een Gemeentelijk Monument. Van de Historische vereniging Lekkerkerk door de tijd kregen zij in 2022 de Maartje van Limborghpenning uitgereikt. Die wordt jaarlijks uitgereikt aan de eigenaars van een pand waarvan de leden van de vereniging vinden dat zij een bijzondere inspanning hebben geleverd om hun onroerend goed in een fraaie, en voor zover mogelijk, historische staat te restaureren.


Voor- en achterzijde van de Maartje van Limborghpenning

Foto Lange Stoep 10 gemaakt voor de toekenning van
de Maartje van Limborghpenning in 2022

Huidige situatie Lange Stoep 10
Bronnen
Het boek Slijk, Schuwacht en de Burgemeesters: Een uitgave van de redactiecommissie
van de Historische vereniging Lekkerkerk door de tijd.
Fotoarchief van de voormalige gemeente Nederlek.
Eigen archief van de Historische vereniging Lekkerkerk door de tijd.
Meer weten
In ’t Kruisgebouw, de oudheidkamer van de Historische vereniging Lekkerkerk door de tijd, aan de Poolmanweg 5 zijn schilderijen en foto’s van Lange Stoep 10 te zien. In een aantal boeken die te koop zijn vindt men ook informatie over dit oude timmerbedrijf.





